De Bundesstiftung LiveKultur rolt de Club-Euro uit over heel Duitsland: een toeslag van één euro op elk ticket, die de deelnemende zalen zelf innen en in een gemeenschappelijk fonds storten. De toeslag is geen publieke heffing en de fiscale inbedding is nog niet beslist. De pilot die hem uitrolt, wordt daarentegen wél met publiek geld betaald.
Het project start met een projectsubsidie van de Initiative Musik, volgens het persbericht van de stichting van 27 augustus. Goed om te weten wat die organisatie is: de Initiative Musik heeft als belangrijkste financier sinds 2007 de gevolmachtigde van de bondsregering voor Cultuur en Media, de BKM. Zora Brändle leidt het project sinds 1 september en zalen kunnen zich al aanmelden. Het model is in Keulen ontwikkeld door KLUBKOMM, de lokale vereniging van clubs en organisatoren. De pilot bouwt daarop voort en op de gesprekken met Berlijn, Hamburg, München, Frankfurt, Stuttgart, Keulen en Leipzig: steden waarmee is gepraat, geen bevestigde deelnemers.
Er is geen centraal incassopunt: het geld wordt zaal voor zaal opgehaald. Elke zaal rekent haar klanten de euro aan, in de prijs inbegrepen of apart uitgesplitst. Het voorbeeld in de officiële FAQ van het model is “25,00 € Ticket + 1,00 € Club Euro”. De zaal geeft haar verkopen op via een online formulier en rekent elk kwartaal af. Van het fonds van een stad blijft 85% daar en wordt verdeeld over de kleinere ontvangende zalen; 15% van de totale inkomsten gaat naar het Live Music Fund van de stichting, voor structurele maatregelen en administratie.
Betalen doen concerten, festivals en tournees waarbij het optreden centraal staat, evenementen waar livemuziek essentieel is, en dj-shows met de artiesten als focus. De zuivere discotheek zonder gecureerd programma valt er niet automatisch onder. Wordt de zaal verhuurd aan een derde, dan berekent de verhuurder de euro apart uitgesplitst door op de factuur en wordt de organisator verantwoordelijk voor het innen en afdragen.
Hoe de euro juridisch wordt geïnd, ligt nog open, en de FAQ waarschuwt dat ze de huidige stand van het concept weergeeft. Twee routes worden onderzocht: een gift, met de optie om niet te betalen, een geïdentificeerde ontvanger en zonder tegenprestatie; of een servicetoeslag met het verlaagde btw-tarief van 7%. Die opt-out is een vereiste van de eerste route, geen algemene regel.
De sector loopt vooruit op de politiek. De Wetenschappelijke Dienst van de Bondsdag sloot op 2 juni een rapport over organisatoren van livemuziek af, met een hoofdstuk over de bevoegdheid van de federale overheid om een verplichte heffing in de sector wettelijk te regelen en een ander over de grondwettelijk-financiële inbedding van een heffing op tickets. Het is werk van een onderzoeksdienst: geen wet en geen wetsvoorstel. Dat het die bevoegdheid zou bevestigen, is de lezing van de stichting, niet van het document.
Volgens het persbericht zelf becijfert een Berlijnse studie van de Clubcommission het aandeel ondervraagde clubs dat de kosten dekt op 61%. “Als zelfs in Berlijn, met de vraag op zijn hoogtepunt, de zalen het niet redden, ligt het probleem niet bij het publiek. Dan houdt het financieringsmodel van de livecultuur het gewoon niet meer”, zegt Felix Grädler van het bestuur van de stichting daarin.
Het contrast met de andere Duitse reddingsactie van dit jaar: op het RAW-Gelände in Berlijn betaalt het stadsdeel een miljoen euro per jaar aan publiek geld zodat de clubs niet hoeven te sluiten. Hier komt de euro uit de kassa, zaal voor zaal, en wordt hij verdeeld door een stichting die de brancheorganisatie van de zalen zelf, LiveKomm, heeft opgericht met een schenking en eigen middelen. Maar het steigerwerk dat het model op gang brengt, wordt betaald uit de federale begroting: het is niet zuiver sector tegenover zuiver staat. In Spanje becijferde het jaarboek van de APM de kaartverkoop van livemuziek in 2025 op 807,2 miljoen, 11,24% meer dan in 2024, waarbij Madrid en Barcelona 92,2% van de groei voor hun rekening namen: zo’n geconcentreerd totaalcijfer zegt niets over de kleine zalen.